Wie in 2026 zijn woning wil verduurzamen, krijgt te maken met een aantal belangrijke wijzigingen in de ISDE-subsidie. Vooral voor woningeigenaren die nadenken over een warmtepomp, ventilatie of een combinatie met isolatie is dit relevant. De regeling is aangepast en dat heeft invloed op de opbouw van de subsidie, op de voorwaarden voor bepaalde systemen en op de vraag welke combinatie van maatregelen het meest logisch is.
De grootste inhoudelijke verandering is dat er vanaf 2026 ook subsidie mogelijk is voor energiezuinige ventilatie. Dat is goed nieuws, want ventilatie wordt in de praktijk nog te vaak onderschat. Zodra een woning beter geïsoleerd wordt en kieren verdwijnen, wordt gecontroleerde ventilatie juist belangrijker voor comfort, gezondheid en vochtbeheersing. Een goed geïsoleerd huis zonder goede ventilatie kan immers alsnog oncomfortabel aanvoelen.
Ook subsidie voor ventilatie
Voor ventilatie geldt dat de subsidie in 2026 €400 bedraagt. Deze subsidie is bedoeld voor energiezuinige ventilatietechnieken, zoals een afzuigventilator met minimaal twee CO2-sensoren of een WTW-unit die warmte terugwint uit de afgevoerde lucht. Belangrijk daarbij is dat deze maatregel niet los wordt gesubsidieerd, maar gecombineerd moet worden met één of meer isolatiemaatregelen. Voor woningeigenaren betekent dit dat ventilatie nadrukkelijker onderdeel wordt van een totaalplan, in plaats van een losse technische keuze achteraf.
Dit verandert er voor lucht-water warmtepompen
Ook voor lucht-water warmtepompen verandert de opbouw van de subsidie. Voor de eerste lucht-water warmtepomp blijft subsidie beschikbaar, maar de rekensystematiek wijzigt. Het startbedrag wordt in 2026 €1.025. Daarnaast wordt vanaf de eerste kW een bedrag van €225 per kW toegekend. Voor toestellen met energielabel A+++ blijft de bonus van €200 bestaan.
Dat lijkt op het eerste gezicht een technische wijziging, maar het is wel relevant. De regeling wordt hiermee consistenter opgebouwd. In eerdere jaren begon de vergoeding per kW pas vanaf de tweede kW. Vanaf 2026 gebeurt dat dus al vanaf de eerste kW. Voor een deel van de markt verandert daarmee niet alleen het bedrag, maar ook de manier waarop offertes en berekeningen duidelijk uitgelegd kunnen worden aan klanten.
Let op bij een tweede warmtepomp
Voor een tweede of volgende lucht-water warmtepomp verandert er meer. Vanaf 2026 vervallen voor die extra toestellen het startbedrag en de energielabelbonus. In dat geval blijft alleen het bedrag van €225 per kW over. Dat is vooral belangrijk bij grotere woningen, bijgebouwen, praktijkruimtes of projecten waar meerdere toestellen worden overwogen. Wie daar pas laat achter komt, kan zijn begroting ineens anders zien uitvallen.
Extra voorwaarden voor sommige split-systemen
Daarnaast worden er extra voorwaarden gesteld aan bepaalde split lucht-water warmtepompen. Vanaf 2026 is er geen subsidie meer voor split lucht-water warmtepompen met een vulgewicht onder de 3 kilogram en een Global Warming Potential (GWP) hoger dan 750. Deze wijziging hangt samen met strengere Europese regels rondom broeikasgassen en koudemiddelen. Voor de praktijk betekent dit dat niet alleen vermogen en rendement tellen, maar ook de technische eigenschappen van het koudemiddel en de opbouw van het systeem.
Dat laatste is een belangrijk aandachtspunt voor mensen die offertes vergelijken. Twee systemen kunnen qua comfort of capaciteit vergelijkbaar lijken, terwijl het ene systeem wel binnen de subsidieregeling valt en het andere niet. Juist daarom is het verstandig om niet alleen naar de aanschafprijs te kijken, maar ook naar de subsidievoorwaarden, de technische geschiktheid van de woning en de prestaties op langere termijn.
Waarom het totaalplaatje belangrijker wordt
Een tweede actuele factor is de energiemarkt. Milieu Centraal rekent voor de lange termijn met gemiddelde prijzen van €1,37 per m³ gas en €0,21 per kWh stroom voor de periode 2026 tot en met 2040. Tegelijk lag volgens Milieu Centraal begin 2026 voor veel huishoudens de actuele stroomprijs rond €0,27 per kWh en gas rond €1,35 per m³. Dat betekent dat de verhouding tussen gas en elektriciteit nog steeds een belangrijk onderdeel is van de rekensom rondom verduurzaming. Een goed ontworpen warmtepompoplossing kan aantrekkelijk zijn, maar de werkelijke uitkomst hangt altijd af van woningtype, isolatieniveau, afgiftesysteem, verbruik en gebruiksgedrag.
Daarmee komt de kernvraag niet alleen neer op: hoeveel subsidie krijg ik? De betere vraag is: welke combinatie van maatregelen is in mijn woning technisch verstandig, financieel logisch en toekomstbestendig? In veel gevallen is juist de combinatie van isolatie, ventilatie en een passend verwarmingssysteem de route die op de lange termijn het meeste comfort en rendement oplevert.
Voor bestaande woningen is het daarom slim om niet direct met toestelkeuze te beginnen, maar eerst een paar basisvragen te beantwoorden. Hoe goed is de woning geïsoleerd? Welk afgiftesysteem is aanwezig? Wat is het historische gasverbruik? Zijn er comfortklachten, zoals tocht, droge lucht of juist vochtproblemen? En als er al plannen zijn voor isolatie, is het dan niet slimmer om ventilatie meteen goed mee te nemen?
Een warmtepomp is namelijk geen los apparaat dat je simpelweg vervangt voor een cv-ketel. Het is onderdeel van een totaalsysteem. Zeker bij woningen waar al extra isolatie wordt toegepast, kan ventilatie ineens een veel grotere rol gaan spelen. Dat geldt ook voor woningen waarin bewoners juist meer comfort zoeken in zomer en winter. De technische oplossing moet dan niet alleen voldoen op papier, maar ook in dagelijks gebruik goed functioneren.
Wat verandert er concreet in 2026?
- Subsidie voor energiezuinige ventilatie mogelijk in combinatie met isolatiemaatregelen
- Voor ventilatie geldt een subsidiebedrag van €400
- Eerste lucht-water warmtepomp: startbedrag €1.025
- Eerste lucht-water warmtepomp: €225 per kW vanaf de eerste kW
- A+++ bonus van €200 blijft bestaan
- Tweede of volgende lucht-water warmtepomp: alleen €225 per kW
- Sommige split lucht-water warmtepompen vallen niet meer binnen de subsidievoorwaarden
Waar u in 2026 op moet letten
Voor woningeigenaren die in 2026 willen verduurzamen, zijn er grofweg drie praktische lessen te trekken. Ten eerste: kijk naar het totaalplaatje van de woning en niet alleen naar het apparaat. Ten tweede: controleer vooraf of het gekozen systeem ook daadwerkelijk binnen de subsidieregels valt. Ten derde: laat de technische keuze niet volledig leiden door de hoogste subsidie, maar door wat in de praktijk het beste werkt voor de woning.
De wijzigingen in de ISDE 2026 maken één ding extra duidelijk: verduurzamen wordt steeds minder een kwestie van één product kiezen en steeds meer een kwestie van slim combineren. Dat is uiteindelijk positief, omdat een woning pas echt comfortabel en efficiënt wordt als installaties, isolatie en ventilatie goed op elkaar zijn afgestemd.
Wilt u weten welke warmtepomp past bij uw woning, of is het slim om ventilatie direct mee te nemen in uw plannen? Dan kijken wij graag met u mee op basis van uw woningtype, verbruik, afgiftesysteem en verduurzamingsdoel.
Veelgestelde vragen
Is er in 2026 subsidie voor ventilatie?
Ja. Vanaf 2026 kunnen woningeigenaren subsidie krijgen voor energiezuinige ventilatie, mits deze wordt gecombineerd met één of meer isolatiemaatregelen.
Hoeveel subsidie is er voor ventilatie?
Voor ventilatie geldt in 2026 een subsidiebedrag van €400.
Verandert de subsidie voor een lucht-water warmtepomp?
Ja. Voor de eerste lucht-water warmtepomp geldt in 2026 een startbedrag van €1.025 en daarnaast €225 per kW vanaf de eerste kW. Voor energielabel A+++ blijft een bonus van €200 bestaan.
Wat verandert er bij een tweede warmtepomp?
Voor een tweede of volgende lucht-water warmtepomp vervallen vanaf 2026 het startbedrag en de energielabelbonus. Dan blijft alleen €225 per kW over.
Waarom is ventilatie ineens zo belangrijk?
Omdat een beter geïsoleerde woning goede ventilatie nodig heeft voor comfort, luchtkwaliteit en vochtbeheersing. Juist daarom is het logisch dat ventilatie nadrukkelijker wordt meegenomen in verduurzamingsplannen.